vrijdag 11 november 2011

LJN: BU3670, Rechtbank Almelo , 08-168580-11

Datum uitspraak: 03-11-2011
Datum publicatie: 08-11-2011
Rechtsgebied: Straf
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie: Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling van een tegenspeler tijdens een voetbalwedstrijd. Deze medespeler heeft daarbij een dubbele beenbreuk opgelopen waaraan hij acuut is geopereerd en zijn been 6 weken niet heeft mogen belasten. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
Vindplaats(en): Rechtspraak.nl





Uitspraak

De politierechter in de rechtbank Almelo (schriftelijk vonnis)
Sector strafrecht

Parketnummer: 08-168580-11
Datum vonnis: 3 november 2011.

Vonnis op tegenspraak van de politierechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo tegen:

[verdachte],
geboren op [1990] in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres],


1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 oktober 2011. De politierechter heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. Klooster en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Verdachte wordt tenlastegelegde dat

hij op of omstreeks 18 mei 2010 te Almelo aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (dubbele onderbeenbreuk, zgn. crurisfractuur), heeft toegebracht, door deze [slachtoffer] opzettelijk tijdens een voetbalwedstrijd tegen het been te schoppen, althans op het been te raken, en/of door een voetbalmanoeuvre, zgn. sliding, onderuit te halen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 mei 2010 te Almelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] tijdens een voetbalwedstrijd tegen het been heeft geschopt, althans het been heeft geraakt, en/of door een voetbalmanoeuvre, zgn. sliding, onderuit heeft gehaald, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 mei 2010 te Almelo opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), tijdens een voetbalwedstrijd tegen het been heeft geschopt, althans het been heeft geraakt, en/of door een voetbalmanoeuvre, zgn. sliding, onderuit heeft gehaald, tengevolge waarvan deze zwaar lichamelijk letsel (dubbele onderbeenbreuk, zgn. crurisfractuur), althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte terzake van het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

4. De voorvragen

De politierechter heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat hij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs

De politierechter is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 18 mei 2010 te Almelo aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (dubbele onderbeenbreuk, zgn. crurisfractuur), heeft toegebracht, door deze [slachtoffer] opzettelijk tijdens een voetbalwedstrijd tegen het been te schoppen.

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing.

De politierechter heeft de eventueel in de bewezenverklaring voorkomende schrijffouten verbeterd. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De politierechter acht niet bewezen wat aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij hem daarvan zal vrijspreken.

Bewijsoverweging

De kernvraag die door de politierechter beantwoord moet worden is de vraag of verdachte heeft gehandeld met het vereiste opzet, in de zin van voorwaardelijk opzet.
Daarbij heeft de politierechter acht geslagen op de criteria zoals die in de vaste rechtspraak zijn uiteengezet. Daarin wordt overwogen dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Met betrekking tot die gedragingen en omstandigheden is de politrechter van oordeel dat de criteria van de Hoge Raad op dit punt niet inhouden dat gedragingen op het voetbalveld - zoals in de thans voorliggende zaak - als zodanig anders zouden dienen te worden beoordeeld dan daarbuiten.
Voor de vaststelling dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan een dergelijke kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard.
De politierechter gaat op grond van de zich in het onderhavige dossier bevindende bewijsmiddelen uit van de navolgende feiten en omstandigheden.

Volgens de getuige [getuige 1] kwam [verdachte] met gestrekt been in op [slachtoffer] en was er sprake van een schandalige en niet normale aanslag die er in de ogen van de getuige op gericht was om [slachtoffer] uit te schakelen.
Volgens de getuige [getuige 2] kwam [verdachte] met gestrekt been volledig onnodig en met bruut geweld in, waarbij hij [slachtoffer] vol op het scheenbeen raakte.
Volgens de getuige [getuige 3] was de overtreding op [slachtoffer] volkomen nutteloos en kon [verdachte] onmogelijk voor de bal gaan.
Volgens de getuige [getuige 4] had [slachtoffer] de bal één of twee meter voor zich uitgespeeld waarna de speler van Luctor een tackle inzette op [slachtoffer]. De tackle was niet op de bal gericht. Daarvoor was de bal te ver bij de speler van Luctor weg.
De scheidsrechter [getuige 5] heeft het gedrag van verdachte aangemerkt als ”het op grove wijze onderuit halen van” Volgens hem kwam de speler van Luctor te laat waarna de speler van De Lutte vol op het scheenbeen werd geraakt.
Het slachtoffer [slachtoffer] heeft verklaard dat de speler van Luctor hem opzettelijk een trap heeft gegeven en zeker niet de bal probeerde te spelen.

De door [getuige 5] ter terechtzitting als getuige afgelegde verklaring, wijkt enigszins af van hetgeen hij in zijn, ten behoeve van de KNVB opgemaakte rapport, heeft vermeld omtrent de ernst van de overtreding. De politierechter gaat bij de waardering van die verklaring uit van de in genoemd rapport opgenoemde verklaring, nu die verklaring direct na de wedstrijd is opgemaakt en daardoor, naar het oordeel van de politierechter, meer in overeenstemming is met de werkelijke toedracht van het feit.

De politierechter is gelet op vorenstaande van oordeel dat verdachte, door met een gestrekt been, al glijdende en met kracht onnodig een harde tackle uit te voeren, op het moment dat het slachtoffer de bal al voor zich had uitgespeeld, zich heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij niet de bal maar [slachtoffer] zou raken en dat hij daarmee ook bewust de kans dat hij [slachtoffer] daarmee zwaar lichamelijk letsel zou kunnen bezorgen op de koop toe heeft genomen.
Verdachte heeft naar het oordeel van de politierechter op zodanige wijze gehandeld dat gesproken kan worden van een flagrante overtreding van de regels van het voetbalspel.


6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 302 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

t.a.v. primair, het misdrijf:

zware mishandeling.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De politierechter oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8. De op te leggen straf of maatregel

8.1 De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de politierechter rekening met de aard en de ernst van het gepleegde pleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de politierechter de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling van een tegenspeler tijdens een voetbalwedstrijd. Deze medespeler heeft daarbij een dubbele beenbreuk opgelopen waaraan hij acuut is geopereerd en zijn been 6 weken niet heeft mogen belasten.
Bij het bepalen van de straf heeft de politierechter in het voordeel van de verdachte laten meewegen dat hij, blijkens een hem betreffende uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 10 augustus 2011 niet eerder is veroordeeld. Tevens houdt de politierechter rekening met de omstandigheid dat verdachte al tuchtrechtelijk is bestraft door de KNVB. Gelet op het vorenstaande acht de politierechter termen aanwezig om aan verdachte een werkstraf van na te melden duur op te leggen.


11. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Sr.

12. De beslissing

De politierechter:

vrijspraak/bewezenverklaring
- verklaart bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder primair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;

Dit vonnis is gewezen door mr. Bloebaum, politierechter, in tegenwoordigheid van Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2011.

zondag 6 november 2011

2 x goed Thijsje Oenema NK Afstanden

Ook op dag 2 van het NK Afstanden in Thialf is er door Team Op=Op Voordeelshop succes geboekt. Na een prachtige 500 meter op de vrijdag weet Thijsje Oenema ook de tweede race op zaterdag op haar naam te schrijven. Met een tijd van 38,68 weet zij de concurrentie voor te blijven en beslag te leggen op de nationale titel 500 meter.
Margot Boer eindigde op de tweede plaats met 38,83. Annette Gerritsen veroverde de derde plek met 39,94.
Natasja Bruintjes heeft zich moeten afmelden voor deze afstand in verband met een blessure.

Ook op de 1000 meter was er winst voor Team Op=Op Voordeelshop. In rit 6 zette Thijsje Oenema een zeer scherpe tijd neer, 1.16,53. Hierna moesten nog een aantal favorieten volgen. Het lukte niemand om de tijd van Thijsje te verbeteren.
Marrit Leenstra volgde op een tweede plaats met 1.16,79 en de derde plek is voor Ireen Wüst die 1.16,88 liet noteren.
Natasja Bruintjes verscheen ondanks een blessure toch aan de start en legde de 1000 meter in 1.17,98 af, goed voor een 9e plaats.

De laatste afstand waar de Team Op=Op Voordeelshop ladies in actie kwamen was de 3000 meter. Op deze afstand kwamen Carlijn Achtereekte, Marije Joling, Annouk van der Weijden en Moniek Kleinsman in actie.
Met 4.13,11 was Carlijn de snelste van het viertal. In het klassement eindigde zij als 6e, gevolgd door Annouk met 4.13,47. Marije bezette de 10e plek door de afstand in 4.14,14 af te leggen en Moniek kwam helaas niet verder dan een 19e plek met een tijd van 4.28,20.
Kampioen op de 3000 meter werd verrassend Pien Keulstra. Zij noteerde een 4.09,75 en liet daarmee Diane Valkenburg en Ireen Wüst achter zich.

www.teamopisopvoordeelshop.nl

zaterdag 8 oktober 2011

Team Groenewold presenteert hoofdsponsor Op=Op Voordeelshop

P E R S B E R I C H T
Team Groenewold presenteert hoofdsponsor Op=Op Voordeelshop
Veenendaal, 8 september 2011- De hoofdsponsor van de nieuwe damesschaatsploeg
rondom de coaches Renate Groenewold en Peter Kolder wordt Op=Op Voordeelshop.
De franchise organisatie verkoopt drogisterij-artikelen, wasmiddelen en
reinigingsproducten van uitsluitend A-merken en heeft zich voor komend seizoen als
hoofdsponsor aan de damesschaatsploeg verbonden. De nieuwe naam van de ploeg
wordt daarmee Team Op=Op Voordeelshop.
In maart van dit jaar werd al bekend dat Nederland er een nieuwe damesschaatsploeg bij
zou krijgen. Onder leiding van de coaches Renate Groenewold en Peter Kolder is het team
sindsdien volop in training ter voorbereiding op de start van het schaatsseizoen. Renate
Groenewold: “We zijn in april aan een avontuur begonnen waarvan we niet zeker wisten
waar het exact heen zou leiden. Een ding wisten we wel zeker. We gaan voor een ploeg met
talentvolle vrouwelijke rijdsters die we sportief gezien naar de wereldtop willen brengen.
Maar ook de individuele sociale en maatschappelijke ontwikkeling vinden we erg belangrijk.
We zijn dan ook superblij met Op=Op Voordeelshop als hoofdsponsor. Hierdoor zijn Peter en
ik als coaches in staat om alle trainingsfaciliteiten optimaal in te kunnen vullen en de meiden
klaar te stomen voor het schaatsseizoen.”
Team Op=Op Voordeelshop bestaat uit Carlijn Achtereekte, Natasja Bruintjes, Lisette van
der Geest, Marije Joling, Thijsje Oenema en Annouk van der Weijden.
Vincent Alkema en Jos Venema van Op=Op Voordeelshop over het hoofdsponsorschap:
“We zijn erg trots dat we onze naam als hoofdsponsor mogen verbinden aan deze nieuwe
damesschaatsploeg. Voor ons is het een uitgelezen kans om onze naamsbekendheid te
vergroten. Op dit moment hebben we 43 Op=Op Voordeelshop vestigingen in Nederland en
hebben de ambitie om op termijn door te groeien naar 80 vestigingen. Wij verkopen
voornamelijk drogisterij-artikelen, wasmiddelen en reinigingsproducten van uitsluitend Amerken.
Omdat de schaatssport in Nederland veel media-aandacht krijgt, wij ook
ambitieuze plannen hebben en ons erg herkennen in het sociale en maatschappelijke
karakter van dit team, hebben we voor deze sponsoring gekozen. We zijn er van overtuigd
dat we samen met de rijdsters, het begeleidingsteam en het stichtingsbestuur van Team
Op=Op Voordeelshop aan de vooravond staan van mooi seizoen.”
Team Op=Op Voordeelshop wordt aangestuurd vanuit de Stichting ‘Vrouwelijk Schaatstalent
naar de Top’. Bestuurslid en tevens Teammanager Chiel van Praag: “Het vinden van een
hoofdsponsor in deze financieel lastige periode valt niet mee. We hebben echter gemerkt dat
onze unieke visie, het sportieve in combinatie met het sociale en maatschappelijke karakter,
veel deuren opent. Met Op=Op Voordeelshop hebben we een prachtige hoofdsponsor
MK Sponsormatch – Martijn Kabbes – Verwierdelaan 13 – 3903 DL Veenendaal – tel. 06 31939485 – martijn@mksponsormatch.nl
gevonden voor het komende schaatsseizoen en een optie voor nog eens twee jaar, dus tot
en met de Olympische Spelen van Sochi in 2014. Daarmee hebben we een groot deel van
onze begroting rond.“
Namens de KNSB laat directeur sport Arie Koops weten blij te zijn met Team Op=Op
Voordeelshop als nieuw merkenteam. “We hebben nu twee commerciële ploegen die
volledig uit vrouwen bestaan. Dat is goed voor het vrouwenschaatsen in Nederland. We
juichen het als KNSB bovendien toe dat Team Op=Op Voordeelshop heel specifiek ook
schaatssters voor de lange afstanden in de ploeg heeft opgenomen. Dat is namelijk één van
de speerpunten van de KNSB en daar krijgen we nu hulp bij.”
“Een goede zaak voor het team is de combinatie van de trainers Peter Kolder en Renate
Groenewold”, vervolgt Koops. “Peter met heel veel ervaring als trainer en Renate met heel
veel ervaring als sporter en als assistent bondscoach het afgelopen seizoen. Die twee
kunnen elkaar prima versterken.”
Team Op=Op Voordeelshop vertrekt eind september voor een trainingskamp naar Inzell.
Medio oktober vindt vervolgens de officiële ploegenpresentatie plaats.
E I N D E P E R S B E R I C H T
Over Op=Op Voordeelshop
Op=Op Voordeelshop is 14 jaar geleden opgericht. De franchise organisatie opende haar
eerste vestigingen vooral in het noordelijke deel van Nederland. Door de sterke groei van de
laatste jaren heeft Op=Op Voordeelshop nu ook vestigingen in de rest van Nederland. Het
hoofdkantoor is gevestigd in Nieuw-Buinen (Drenthe) en telt 20 medewerkers. Op dit
moment zijn er in Nederland 43 Op=Op Voordeelshop vestigingen. De komende maanden
worden er 6 nieuwe vestigingen geopend waarmee het totaal aantal mensen dat bij Op=Op
Voordeelshop werkzaam is, uitkomt op ruim 250. De ambitie is om op termijn uit te breiden
naar 80 vestigingen Het unieke aan Op=Op Voordeelshop is dat het uitsluitend drogisterijartikelen,
wasmiddelen en reinigingsproducten van A-merken verkoopt maar dan voor een
veel lagere prijs.
Doelstelling van het hoofdsponsorschap van de damesschaatsploeg Team Op=Op
Voordeelshop is voornamelijk de naamsbekendheid vergroten onder de (vrouwelijke)
consumenten.
Over Team Op=Op Voordeelshop
Het doel van de ploeg is om vrouwelijke schaatstalenten naar de wereldtop te brengen. De
huidige samenstelling van de ploeg is een mix van sprint en lange afstanden waarbij alle
rijdsters al de nodige internationale wedstrijdervaring hebben. Naast de sportieve ambities
heeft de ploeg ook een heel nadrukkelijk sociaal en maatschappelijk karakter. Er zal veel
aandacht zijn voor de persoonlijke ontwikkeling van een ieder. De rijdsters zullen zich
inzetten voor maatschappelijke projecten en is er tijd en ruimte om te kunnen studeren.
Website: www.teamopisopvoordeelshop.nl
Noot voor de redactie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met
Chiel van Praag
Teammanager Team Op=Op Voordeelshop
MK Sponsormatch – Martijn Kabbes – Verwierdelaan 13 – 3903 DL Veenendaal – tel. 06 31939485 – martijn@mksponsormatch.nl
Tel. 06 53829992
chiel@intershow.nl
www.teamopisopvoordeelshop.nl
Martijn Kabbes
Commercieel Manager Team Op=Op Voordeelshop
Tel. 06 31939485
martijn@mksponsormatch.nl
www.teamopisopvoordeelshop.nl
Vincent Alkema
Directie Op=Op Voordeelshop
Tel. 06 16480154
vincent.alkema@opisopvoordeelshop.nl
www.opisopvoordeelshop.nl
www.teamopisopvoordeelshop.nl


http://www.teamopisopvoordeelshop.nl/

mr. R. Tamourt Spelersmakelaar

Mr. R. Tamourt, werkzaam bij Zillinger Molenaar & Verdonk advocaten Heerenveen, heeft in april 2008 met goed gevolg het examen spelersmakelaar afgerond bij KNVB / FIFA. Na het behalen van de licentie mag men de benaming Player's Agent licensed by The Royal Netherlands Football Association gebruiken / voeren en staat men vermeld op de site van de knvb en de fifa.

Een spelersmakelaar is een natuurlijk persoon die in het bezit is van een door de KNVB afgegeven spelersmakelaarslicentie. Deze licentie geeft de spelersmakelaar de bevoegdheid om voor spelers en betaaldvoetbalorganisaties op te treden in het kader van arbeidsovereenkomsten en/of de overschrijving van spelers binnen de KNVB alsmede van en naar buitenlandse bonden.

Voordat een spelersmakelaarslicentie door de KNVB wordt afgegeven, moet onder meer een schriftelijk examen worden afgelegd. Dit examen moet schriftelijk worden aangevraagd bij de KNVB. Dit examen kan twee keer per jaar worden afgenomen, in maart en september. In de Richtlijnen voor het examen in het kader van de verkrijging van een spelersmakelaarslicentie, is nadere informatie over het examen opgenomen.


www.zmv-advocaten.nl/pageid=160/Sportrecht.html

www.zmv-advocaten.nl/pageid=148/mr_R_Tamourt.html

donderdag 8 juli 2010

Uitspraak zaak baanwielrennen

LJN: BN0738, Rechtbank Utrecht , 277680/HA ZA 09-2651 Print uitspraak


Datum uitspraak: 07-07-2010
Datum publicatie: 08-07-2010
Rechtsgebied: Civiel overig
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie: Eiser stelt dat de KNWU onrechtmatig jegens hem gehandeld heeft door niet tijdig mede te delen dat het NOC*NSF de regels heeft aangescherpt die gelden voor het verkrijgen van de "A-status". Niet aangetoond dat eiser aan die aangescherpte eisen zou hebben voldaan als hij daarvan eerder op de hoogte zou zijn geweest.




Uitspraak

vonnis
RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer/rolnummer: 277680/HA ZA 09-2651

Vonnis van 7 juli 2010

in de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
advocaat mr. R. Tamourt,

tegen

de vereniging
KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE WIELREN UNIE (KNWU),
gevestigd te Nieuwegein,
gedaagde,
advocaat mr. J.M. van Noort.


Partijen zullen hierna [eiser] en KNWU genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 maart 2010;
- het proces-verbaal van comparitie van 26 mei 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] is baanwielrenner. Hij rijdt wereldbekerwedstrijden in de ploegenachtervolgingen mannen, klasse elite.

2.2. De KNWU is het overkoepelde orgaan in Nederland op het gebied van wielrennen. [eiser] is lid van de KNWU.

2.3. NOC*NSF kan aan een wielrenner een A-status, een B-status of High Potential status toekennen, na voordracht hiervoor door de KNWU bij NOC*NSF. In het toepasselijke Statusreglement Topsporters is hierover opgenomen:

“Artikel 2 Prestatienorm

Lid 1
De prestatienorm voor de A- of B-status wordt na overleg tussen de betrokken bond en NOC*NSF vastgesteld en schriftelijk vastgelegd door NOC*NSF.

Lid 2
Naast de in respectievelijk artikel 4 en 5 in lid 1 genoemde prestaties kan deelnemen aan en presteren op andere evenementen deel uitmaken van de prestatienorm.

Lid 3
Bij afwezigheid van de evenementen genoemd in respectievelijk artikel 4 en 5 in lid 1 bestaat de prestatienorm uit een vergelijkbare prestatienorm, welke nader is uitgewerkt in artikel 3.
(…)

Artikel 3 Vergelijkbare prestatienorm

Lid 1
Een vergelijkbare prestatienorm wordt na overleg tussen de betrokken bond en NOC*NSF vastgesteld.

Lid 2
Voor de invulling van een vergelijkbare prestatienorm wordt zoveel als mogelijk is gebruik gemaakt van internationale topsportevenementen met een zo groot mogelijk aantal deelnemende landen of internationale ranglijsten welke zijn opgesteld door de Internationale Federaties van de betrokken bonden.

Lid 3
Een vergelijkbare prestatienorm kan een samenhangend geheel zijn van meerdere prestaties die op meerdere momenten worden geleverd.

Lid 4
In geval NOC*NSF en de betrokken bond niet tot overeenstemming kunnen komen over de vergelijkbare prestatienorm, beslist NOC*NSF.

II Verkrijging en bevestiging Status

Artikel 4 Verkrijging en bevestiging van de A-status

Lid 1
Een sporter kan de A-status verkrijgen of de A-status bevestigen, indien de sporter zich blijft voorbereiden op het voldoen aan de prestatienorm door middel van deelname aan het trainings- en wedstrijdprogramma van de betrokken bond, en:
a. in de periode van 12 maanden voorafgaande aan de in artikel 9 lid 1 genoemde datum heeft voldaan aan de door de betrokken bond en NOC*NSF afgesproken prestatienorm. Het uitgangspunt van deze norm houdt in dat de sporter bij de eerste 8 is geëindigd tijdens een WK of op de Olympische Spelen. De prestatienorm wordt aangescherpt als sprake is van:
- Paralympische topsportdisciplines als bedoeld in artikel 2 lid 2 sub b. van het Reglement Topsportprogramma’s;
- Categorie 1 Topsportprogramma’s die als zodanig zijn aangemerkt op grond van artikel 6 van het Reglement Topsportprogramma’s (hardheidsclausule);
- Categorie 1 Topsportprogramma’s die als zodanig zijn aangemerkt op grond van artikel 4 lid 1 van het Reglement Topsportprogramma’s en waarbij het gestelde in artikel 3 lid 2 sub d. van dat Reglement van toepassing is;”

2.4. In de toelichting bij artikel 2 is opgenomen:

“Een voorwaarde voor het verkrijgen van een status is het leveren van prestaties. Uitgangspunt daarbij is dat voor het kunnen verkrijgen van de A-status resultaten zijn behaald die aantonen dat de sporter behoort tot de mondiale top-8. Voor de B-status dienen resultaten te zijn behaald die aantonen dat de sporter behoort tot de mondiale top-16. Hierbij is als uitgangspunt genomen dat het topsportprogramma’s betreft die voldoen aan de spreidingscriteria en competitiedichtheid voor de Categorie 1 Topsportprogramma’s, zoals omschreven in het Reglement Topsportprogramma’s. Gelet op de diversiteit en variatie in de programmering van de mondiale competitie wordt, in het kader van uitvoeringsafspraken, per topsportprogramma jaarlijks nader bepaald op grond van welke geleverde prestaties de A- of B-status kan worden verkregen.”

2.5. De KNWU en NOC*NSF noemen de vergelijkbare prestatienorm, als bedoeld in artikel 3 van het Statusreglement Topsporters, de “vangnetconstructie”. In het kader van deze vangnetconstructie waren de KNWU en NOC*NSF met betrekking tot de ploegenachtervolging mannen overeengekomen dat de A-status kon worden verkregen als een ploeg eindigde bij de eerste 8 in het wereldbekerklassement. Begin 2008 heeft NOC*NSF aangegeven de vangnetconstructie te willen aanscherpen. In januari 2009 hebben de KNWU en NOC*NSF gesproken over de nieuwe prestatienormen. Op 5 februari 2009 heeft NOC*NSF aan de KNWU een overzicht toegestuurd van de meetmomenten en prestatienormen 2009, die in overleg tussen NOC*NSF en de KNWU tot stand gekomen zijn. In het overzicht is voor de ploegenachtervolging mannen bepaald dat een ploeg bij de top 6 moet eindigen om voor de A-status in aanmerking te komen.

2.6. [eiser] heeft in het baanwielrennen wereldbekerklassement 2008/2009 voor landenteams de achtste plaats behaald in de eindklassering. Als gevolg daarvan is hij niet in aanmerking gekomen voor een A-status.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert – samengevat – veroordeling van KNWU tot betaling van € 14.480,28, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. KNWU voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiser] stelt dat de aangescherpte normen van de vangnetconstructie al golden vanaf begin 2008, maar dat deze pas in maart 2009 door de KNWU aan hem kenbaar zijn gemaakt. Volgens [eiser] heeft de KNWU zodoende onrechtmatig jegens hem gehandeld. Als [eiser] tijdig had geweten dat hij bij de eerste zes moest eindigen om de A-status te kunnen verkrijgen, dan zou hij er voor gezorgd hebben dat dat zou zijn gelukt. Vanwege het feit dat (de ploeg van) [eiser] er niet van de hoogte was dat men bij de eerste zes moest eindigen, is echter anders besloten. De schade die [eiser] heeft geleden bestaat uit een misgelopen stipendium van € 12.530,28 en misgelopen onkostenvergoeding van € 1.950,00. [eiser] stelt dat hij deze bedragen wel zou hebben ontvangen als hij de A-status had gehad.

4.2. De KNWU betwist dat de aangescherpte regels al vanaf begin 2008 golden. Volgens haar zijn het NOC*NSF en de KNWU pas op 6 februari 2009 tot overeenstemming gekomen over de nieuwe prestatienormen en is deze wijziging toen binnen enkele weken bekend gemaakt. Voorts betwist de KNWU dat zij – als al zou komen vast te staan dat zij de nieuwe prestatienormen te laat bekend heeft gemaakt – onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld heeft. Volgens de KNWU is er geen sprake van schuld aan haar zijde en is evenmin komen vast te staan dat [eiser] schade heeft geleden.

4.3. [eiser] stelt dat hij bij de eerste zes zou zijn geëindigd als hij tijdig had geweten dat hij slechts dan de A-status zou kunnen verkrijgen. Ter onderbouwing hiervan stelt hij dat zijn ploeg in dat geval aan meer bekerwedstrijden zou hebben deelgenomen, en aan de wedstrijd in Cali. Bij die wedstrijd verschenen namelijk slechts drie ploegen, zodat de ploeg van [eiser] daar per definitie hoog geëindigd zou zijn. De rechtbank overweegt daaromtrent als volgt. Ook als aangenomen wordt dat de ploeg van [eiser] aan meer bekerwedstrijden zou hebben deelgenomen dan thans is gebeurd, brengt dit nog niet met zich dat de ploeg van [eiser] dan ook een hogere plaats zou hebben bereikt in het wereldbekerklassement dan thans het geval is geweest. Of een hogere plaats in het wereldbekerklassement zou zijn bereikt hangt immers van meer factoren af dan de enkele deelname aan een wereldbekertoernooi of de intentie van (de ploeg van) [eiser].

4.4. Dat in Cali slechts drie ploegen verschenen en de ploeg van [eiser] daar dus hoog had kunnen eindigen maakt dat niet anders. [eiser] heeft immers ter comparitie verklaard dat hij van tevoren niet wist hoeveel ploegen er bij het toernooi in Cali zouden verschijnen. Het feit dat achteraf kan worden vastgesteld dat alleen al de deelname aan dat toernooi met zich zou hebben gebracht dat op dat toernooi een hoge plaats zou zijn bereikt, betekent daarom nog niet dat (de ploeg van) [eiser] ook tot deelname aan het toernooi in Cali zou hebben besloten. Bovendien is gesteld noch gebleken dat een hoge plaats bij het toernooi in Cali een dermate invloed zou hebben gehad op het (totale) wereldbekerklassement dat de ploeg van [eiser] daardoor bij de eerste zes geëindigd zou zijn.

4.5. [eiser] heeft zijn stelling dat zijn ploeg bij de eerste zes zou zijn geëindigd niet anderszins onderbouwd. De rechtbank is daarom van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de ploeg van [eiser] bij de eerste zes zou zijn geëindigd (en derhalve de A-status zou hebben verkregen) als hij eerder op de hoogte was gebracht van het feit dat de prestatienormen waren aangescherpt. De bedragen die [eiser] is misgelopen doordat hij de A-status niet had, komen daarom niet voor vergoeding in aanmerking, zodat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen. Nu de vorderingen van [eiser] reeds om deze reden worden afgewezen, kunnen de overige verweren van de KNWU onbesproken blijven.

4.6. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van KNWU worden begroot op:
- vast recht EUR 350,00
- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief EUR 452,00)
Totaal EUR 1.254,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van KNWU tot op heden begroot op EUR 1.254,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Wagenaar en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2010.




ZMV advocaten sportrecht Heerenveen
Zillinger Molenaar & Verdonk advocaten Heerenveen Adres: K.R. Poststraat 80-1, 8441 ER Heerenveen, Friesland, Nederland Tel: +31 0513 623666 Fax:+31 0513 625546.

www.zmv-advocaten.nl/pageid.../Sportrecht.html

maandag 5 juli 2010

kort geding stadionverbod voetbalsupporter

LJN: BM9899, Rechtbank Leeuwarden , 104795 / KG ZA 10-149 Print uitspraak


Datum uitspraak: 30-06-2010
Datum publicatie: 01-07-2010
Rechtsgebied: Handelszaak
Soort procedure: Kort geding
Inhoudsindicatie: Stadionverbod. Aan eiser is een stadionverbod opgelegd door SC Heerenveen, omdat hij behoorde tot een groep supporters van SC Heerenveen die in Waalwijk een gewelddadige confrontatie met RKC Waalwijk-supporters heeft gezocht. Zijn vordering tot opheffing van het stadionverbod wordt afgewezen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft SC Heerenveen namelijk in redelijkheid tot de beslissing kunnen komen dat eiser reeds door zijn enkele aanwezigheid in voormelde groep en zijn keuze om zich daar niet van te distantiëren zich zodanig heeft gedragen dat hij het aanzien en/of het belang van het betaalde voetbal en dat van SC Heerenveen in het bijzonder heeft geschaad.




Uitspraak

vonnis
RECHTBANK LEEUWARDEN

Sector civiel recht


zaaknummer / rolnummer: 104795 / KG ZA 10-149

Vonnis in kort geding van 30 juni 2010

in de zaak van

[X],
wonende te Wolvega,
eiser,
advocaat mr. R. Tamourt, kantoorhoudende te Heerenveen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
S.C. HEERENVEEN B.V.,
gevestigd te Heerenveen,
gedaagde,
advocaten mr. C.S. Huizinga en mr. J. Stoker, beiden kantoorhoudende te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna [X] en SC Heerenveen genoemd worden.

1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van SC Heerenveen.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten
2.1. [X] is supporter en seizoenkaarthouder van de betaald voetbalorganisatie SC Heerenveen. SC Heerenveen is lid van de vereniging Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (hierna: de KNVB).

2.2. SC Heerenveen hanteert een huisreglement dat verbindend is voor een ieder die een voetbalwedstrijd bezoekt met een toegangsbewijs dat via SC Heerenveen is verkregen.

2.3. Artikel 4 van het huisreglement luidt:

"De Standaardvoorwaarden van de KNVB worden hier als ingelast beschouwd en maken dus integraal deel uit van het Huisreglement van sc Heerenveen. Dit betekent dat sc Heerenveen ook zelfstandig sancties op kan leggen aan haar publiek naar aanleiding van overtreding van de standaardvoorwaarden. Bij het opleggen van een stadionverbod en/of boete is sc Heerenveen niet gebonden aan de door de KNVB ter zake gehanteerde richtlijnen."

2.4. De KNVB hanteert standaardvoorwaarden (hierna: de standaardvoorwaarden) die verbindend zijn voor een ieder die in of buiten Nederland een voetbalwedstrijd bijwoont waaraan een Nederlandse voetbalclub (die is toegelaten tot deelneming aan de competities van de sectie betaald voetbal) deelneemt, dan wel anderszins aanwezig is in of rond het stadion vóór, tijdens of na het tijdstip van aanvang van de wedstrijd. Het gaat daarbij onder meer om voetbalwedstrijden in de eredivisie, voetbalwedstrijden in het kader van de Beker en voetbalwedstrijden in binnen- en buitenland in de UEFA-Cup.

2.5. Artikel 10.2 van de standaardvoorwaarden luidt, voor zover hier
van belang:

"De KNVB is gerechtigd om, (landelijke) Stadionverboden op te leggen aan een ieder die volgens een melding van een Club of het Openbaar Ministerie in of buiten het Stadion in het kader van een Evenement:
- heeft gehandeld in strijd met deze Standaardvoorwaarden;
- een strafbaar feit heeft begaan danwel ten aanzien van wie een vermoeden bestaat dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan voetbalgerelateerd wangedrag;
- zich zodanig heeft gedragen dat daardoor het aanzien en/of het belang van het voetbal wordt geschaad, zulks onverminderd enige plicht tot schadevergoeding op grond van het civiele recht. (…)
Het voorgaande laat onverlet de bevoegdheid van Clubs om (lokale) Stadionverboden op te leggen aan een ieder die zich in of buiten haar Stadion in het kader van een Voetbalwedstrijd misdraagt."

2.6. Bij brief van 11 februari 2010 heeft SC Heerenveen aan [X], voor zover relevant, het volgende geschreven:

"(…) Afgelopen zaterdag is door ons geconstateerd dat u zich niet aan de regels hebt gehouden die gelden in en om het Abe Lenstrastadion.
U maakte deel uit van een groep die zich via het invalidenplatform richting de spelerstunnel wilde begeven. Daar werd de groep tegengehouden door stewards. Daarna werd geprobeerd langs de stewards te komen. U heeft onder meer niet voldaan aan de opvolging van de aanwijzingen van de stewards in het stadion.
Op zichzelf zou hiervoor een sanctie kunnen worden opgelegd maar zover willen wij het nu nog niet laten komen daar wij uitgaan van de goede bedoelingen van onze supporters.
Gezien uw gedrag vinden wij een waarschuwing op zijn plaats. Wij zullen in de toekomst niet schromen u een stadionverbod op te leggen indien wij constateren dat u weer gedrag vertoont dat tegen de regels van de club ingaat (…) "

2.7. SC Heerenveen heeft met de gemeente Heerenveen, de politie Fryslân en het openbaar ministerie een Convenant Gegevensuitwisseling Voetbalvandalisme Heerenveen 2009-2010 (hierna: het convenant) gesloten.



2.8. Het convenant luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

(…) Artikel 5: Vertrouwelijkheid
1. De uitgewisselde informatie heeft een vertrouwelijk karakter, waarbij in verband met de privacy van personen een geheimhoudingsplicht geldt.
2. Gegevens mogen niet worden overgedragen of ter beschikking gesteld worden aan niet-convenantpartners.
(…)
Artikel 6: Rechten van betrokkenen
1. Convenantpartners respecteren de rechten van betrokkenen. Alle geldende wet- en regelgeving op dit punt wordt in acht genomen. Het gaat dan om het inzagerecht en de informatieplicht van de convenantpartners op grond van de Wbp. Uitzonderingen hierop kunnen alleen gebaseerd worden op toetsing aan art. 43 van de Wbp, waarin onder meer gewezen wordt op het belang van de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten en de bescherming van de betrokkene of van rechten en vrijheden van anderen.(…)"

2.9. Op 20 februari 2010 is er in Waalwijk voorafgaand aan de voetbalwedstrijd RKC Waalwijk - SC Heerenveen een gewelddadige confrontatie geweest tussen een groep supporters van SC Heerenveen en een groep supporters van RKC Waalwijk.

2.10. In het kader van het convenant heeft SC Heerenveen van de politie Fryslân een op 17 maart 2010 door verbalisanten [A en B], beiden hoofdagent van politie, Team Heerenveen, op ambtseed opgemaakt proces-verbaal ontvangen waarin, voor zover hier van belang, het volgende gerelateerd:

(…) Op 20 februari 2010 (…) waren wij verbalisanten (…) belast met de
supportersbegeleiding van SC Heerenveen supporters in Waalwijk. (…) Omstreeks 14:00 uur kregen wij van de politie Waalwijk door dat de Heerenveen supporters in Waalwijk waren gearriveerd en dat ze op de eerste verdieping van het Stadscafé d'n Leste aan de markt (…) te Waalwijk zaten. (…) Wij zijn daarna het café ingelopen om een indruk te krijgen wie allemaal ter plaatse waren. In het café troffen wij de ons ambtshalve bekende (…) [X] (…) [Y] (…). Het was de bedoeling dat ik de Heerenveen supporters zou verzoeken in zuidelijke richting naar hun auto te lopen. Ik [A] zag toen de Heerenveen supporters uit het café komen. Meerdere supporters trokken hun capuchons over hun hoofd en liepen snel richting het zuiden. (…) Plotseling begonnen de Heerenveen supporters te rennen en te schreeuwen. (…) Wij renden achter de groep aan (…) Toen wij verder liepen zagen we rechts van ons een steeg die leidde naar een klein pleintje. Het was ons bekend dat dit pleintje was gelegen achter het RKC café. Daar hoorden wij schreeuwen en zagen o.a. stenen door de lucht vliegen. Ter plaatse hebben wij een aantal bekenden waaronder (…) [X] (…) aangesproken zich te verwijderen. (…) en [X] stonden op dat moment achterin de groep. (…) Het was een zeer hectische situatie. Wij zagen o.a. (….) [Y] bij de schermutseling. (…) Er werden allerlei dingen naar elkaar gegooid en er lagen broekriemen op de grond. Er werd aan bouwhekken getrokken. Toen wij tussen beide supporters groepen in kwamen zag ik [A] dat (…) met zeer veel verbaal geweld de RKC supporters uitdaagden. Zij weigerden ook te vertrekken. Na een minuut of tien lukte het ons de Heerenveen supporters terug te drijven onder dreiging van de wapenstok. (…) Ik [A] hoorde van steward [Z] dat [X] al vroeg in het stadion was. (…)"

2.11. Bij brief van 6 april 2010 heeft SC Heerenveen aan [X], voor zover relevant, het volgende geschreven:

"(…) Betreft: lokaal stadionverbod (…)
Bij brief van 11 januari 2010 bent u aangesproken op uw gedrag bij de wedstrijd van sc Heerenveen - FC Utrecht van vijf dagen daarvoor. (…) In voormelde brief heeft u daarom een waarschuwing gekregen.
Inmiddels hebben wij van de politie tevens informatie ontvangen dat u op 20 februari jl. betrokken was bij ongeregeldheden in het centrum van Waalwijk vooraf aan de wedstrijd RKC - sc Heerenveen. U maakte hierbij deel uit van een groep Heerenveen supporters die de zware confrontatie is aangegaan met een groep RKC supporters. (…)
Hiermee heeft u persoonlijk bijgedragen aan het schaden van het aanzien en/of belang van het betaalde voetbal en dat van sc Heerenveen in het bijzonder.
Aangezien u reeds gewaarschuwd was en dit niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, weigeren wij u nu voor langere duur de toegang tot het Abe Lenstra stadion, alsmede de voor sc Heerenveen publiek bestemde vakken bij uitwedstrijden. Wij achten in dit verband conform de richtlijnen van de KNVB een stadionverbod van 12 maanden gerechtvaardigd. In verband hiermee is uw seizoenkaart inmiddels geblokkeerd. (…)"

3. Het geschil

3.1. [X] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad intrekking van het opgelegde stadionverbod binnen twee dagen na betekening van dit vonnis op straffe van een door SC Heerenveen te verbeuren dwangsom van € 2.500,-- per dag, althans een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag, voor elke keer dat SC Heerenveen in gebreke blijft aan deze uit te spreken veroordeling te voldoen, met veroordeling van SC Heerenveen in de kosten. [X] heeft daartoe primair gesteld dat SC Heerenveen niet de bevoegdheid had om een stadionverbod voor de duur van twaalf maanden op te leggen en dat het stadionverbod derhalve geen rechtsgrond (meer) heeft. Subsidiair heeft [X] gesteld dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan enig wangedrag en voorts dat, nu SC Heerenveen het onderliggende dossier niet aan [X] wil verstrekken, er sprake is van een zodanige schending van het beginsel van equality of arms dat het stadionverbod enkel daarom al dient te worden opgeheven.

3.2. SC Heerenveen voert verweer.

3.3. Op de stellingen en weren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling
4.1. De vordering van [X] strekt ertoe dat de voorzieningenrechter SC Heerenveen veroordeelt tot intrekking van het door haar opgelegde stadionverbod. [X] heeft onweersproken gesteld dat hij op 3 juli 2010 de eerstvolgende wedstrijd van SC Heerenveen bij wil wonen en vervolgens de start van het nieuwe seizoen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter staat daarmee voldoende vast dat een onmiddellijke voorziening is vereist.

4.2. SC Heerenveen heeft tot haar verweer aangevoerd dat zij de bevoegdheid tot het opleggen van het stadionverbod aan een ieder die zich zodanig heeft gedragen dat daardoor het aanzien en/of het belang van het voetbal wordt geschaad aan art. 4 van het huisreglement in combinatie met art. 10.2 van de standaardvoorwaarden.

4.3. [X] heeft gesteld dat SC Heerenveen in dit geval niet bevoegd is om op basis van art. 10.2 van de standaardvoorwaarden een stadionverbod op te leggen nu de onderhavige misdragingen niet in Heerenveen in of in de omgeving van het eigen stadion, maar in Waalwijk hebben plaatsgevonden. Met [X] is de voorzieningenrechter van oordeel de zinsnede 'in of buiten haar stadion' in art. 10.2 van de standaardvoorwaarden in dit geval gelezen dient te worden als in of in de (directe) omgeving van het Abe Lenstra stadion en dat daarvan in dit geval geen sprake is. Met art. 4 van het huisreglement heeft SC Heerenveen echter voor zichzelf de bevoegdheid gecreëerd om een stadionverbod op te kunnen leggen in alle gevallen waarin de KNVB op basis van de standaardvoorwaarden een stadionverbod op kan leggen. Anders dan [X] stelt is er daarmee geen exclusieve KNVB-bevoegdheid. Op grond daarvan is de voorzieningenrechter van oordeel dat SC Heerenveen bevoegd is om zelfstandig stadionverboden op te leggen op basis van overtreding van hetgeen is bepaald in art. 10.2 van de standaardvoorwaarden. Hetgeen [X] gesteld heeft ten aanzien van art. 3.1 van het huisreglement kan buiten bespreking blijven, nu de maatregel niet op dat artikel is gebaseerd.

4.4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat SC Heerenveen bij de beoordeling van de vraag of een supporter zich zodanig heeft gedragen dat daardoor het aanzien en/of het belang van het voetbal wordt geschaad een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de beslissing van SC Heerenveen door de voorzieningenrechter slechts marginaal kan worden getoetst. Voor gebruikmaking van de bevoegdheid dienen wel voldoende feiten te worden gesteld die deze beslissing kunnen rechtvaardigen.

4.5. SC Heerenveen heeft ter zitting verklaard dat het stadionverbod is gebaseerd op het hiervoor onder 2.10. aangehaalde proces-verbaal van politie. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [X] aanvankelijk met reden heeft geklaagd dat dit proces-verbaal niet aan hem ter beschikking werd gesteld. Daartoe oordeelt de voorzieningenrechter het onder 2.7. genoemde convenant weliswaar in beginsel verbiedt dat SC Heerenveen de op basis van dat convenant door de politie aan haar verstrekte gegevens aan niet-convenantpartners ter beschikking stelt, maar dat op dit uitgangspunt op grond van art. 6 lid 1 een uitzondering kan worden gemaakt. Op grond daarvan had SC Heerenveen het, nu vlak voor de zitting alsnog ingebrachte proces-verbaal waarin de namen van andere niet in deze zaak betrokken personen onleesbaar zijn gemaakt, op verzoek van [X] aan hem ter beschikking kunnen en moeten stellen. Nu SC Heerenveen deze gegevens, zij het in een zeer laat stadium, alsnog aan [X] ter beschikking heeft gesteld, weet [X] waartegen hij zich moet verdedigen en verwerpt de voorzieningenrechter de stelling dat er sprake is van schending van het beginsel van equality of arms. De voorzieningenrechter is van oordeel dat SC Heerenveen terecht met een beroep op de Wet bescherming persoonsgegevens de namen van andere personen in het proces-verbaal onleesbaar heeft gemaakt en dat [X] daardoor niet zodanig in zijn belangen wordt geschaad dat dit in strijd met de goede procesorde moet worden geoordeeld. Het staat [X] vrij om het proces-verbaal bij de opstellers daarvan dan wel het openbaar ministerie op te vragen.

4.6. [X] is met een groep van ongeveer veertig andere Heerenveen supporters met busjes naar Waalwijk gereisd om daar 's avonds de wedstrijd RKC Waalwijk - SC Heerenveen bij te wonen. Omstreeks 14.00 uur hebben zij de busjes in het centrum van Waalwijk geparkeerd en heeft de groep Heerenveen supporters gezamenlijk een café bezocht. Blijkens het genoemde proces-verbaal werd er gedurende de middag meermalen, door middel van het bonzen op ramen van het café, door diverse SC Heerenveen supporters gereageerd op RKC supporters die het café voorbij liepen. Op een bepaald moment kwam een groepje van zes SC Heerenveen supporters het café uit en daagden zij voorbij lopende RKC supporters uit door middel van woord en gebaar. Enkele malen werd het café door een aantal Heerenveen supporters verlaten die vervolgens langs een café trokken waar zich een groep RKC supporters bevond om dan weer terug te keren. Omstreeks 19.15 uur verlieten de SC Heerenveen supporters het café en even later komt het tot een geweldadige confrontatie tussen de beide supportersgroepen. Uit de door SC Heerenveen en [X] ingebrachte plattegronden en de daarop gegeven toelichtingen blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat het plein achter het RKC café waar de confrontatie tussen de supportersgroepen plaatsvond niet op de route ligt van het café dat de Heerenveen supporters hadden bezocht naar de plek waar zij hun busjes hadden geparkeerd en dat het evenmin op de route van dat café naar het stadion van RKC ligt. Gelet daarop komt de voorzieningenrechter voorshands tot het oordeel dat de groep Heerenveen supporters de gewelddadige confrontatie met de RKC supporters bewust heeft opgezocht.

4.7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft SC Heerenveen in redelijkheid tot de beslissing kunnen komen dat de supporters die behoorden tot de groep die de gewelddadige confrontatie met de RKC supporters heeft gezocht reeds door hun enkele aanwezigheid in die groep en hun keuze om zich daar niet van te distantiëren zich zodanig hebben gedragen dat het aanzien en/of het belang van het betaalde voetbal en dat van SC Heerenveen in het bijzonder hebben geschaad. Aldus is SC Heerenveen naar het oordeel van de voorzieningenrechter bevoegd om die supporters een stadionverbod op te leggen.

4.8. [X] betwist dat hij deel uitmaakte van de betreffende groep Heerenveen supporters die de confrontatie met de RKC supporters heeft gezocht. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter blijkt uit het onder 2.10. aangehaalde proces-verbaal dat [X] op het moment dat de verbalisanten [A] en [B] ter plaatse kwamen reeds op het betreffende pleintje achterin de groep met Heerenveen supporters stond die de geweldadige confrontatie had opgezocht. Verbalisanten hebben daarover gerelateerd dat zij op dat moment reeds hoorden schreeuwen en stenen door de lucht zagen vliegen. De voorzieningenrechter gaat derhalve voorbij aan het verweer van [X] dat hij later dan de verbalisanten bij die groep aankwam. Verbalisanten hebben [X] en enkele andere supporters aangesproken om zich te verwijderen hetgeen zij vervolgens hebben gedaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter maakte [X] voor dat hij door de politie werd weggestuurd deel uit van de groep die de confrontatie met RKC supporters heeft gezocht. Door zijn aanwezigheid in die groep heeft hij die groep getalsmatig versterkt en aldus bijgedragen aan het ontstaan van de confrontatie. Dat hij zich achterin die groep bevond en zich vervolgens op eerste verzoek van verbalisanten heeft verwijderd doet daar niet aan af. [X] is de gehele middag bij de groep Heerenveen supporters aanwezig geweest en hij wist derhalve wat zich gedurende de middag had afgespeeld daarop gelet had hij zich reeds voor het tot een confrontatie kwam van de groep kunnen en moeten distantiëren. Dit geldt te meer nu [X] nog geen anderhalve week voor deze confrontatie per brief een officiële waarschuwing van SC Heerenveen heeft gekregen in verband met zijn gedrag in het Abe Lenstrastadion.

4.9. Al met al komt de voorzieningenrechter voorshands tot het oordeel dat SC Heerenveen in casu de bevoegdheid heeft om [X] een stadionverbod op te leggen en dat zij dat ook in redelijkheid op basis van het genoemde proces-verbaal heeft kunnen doen. De vordering tot intrekking van het stadionverbod wordt afgewezen.

4.10. In de omstandigheid dat SC Heerenveen het proces-verbaal waarop het stadionverbod is gegrond pas naar aanleiding van het ingestelde kort geding aan [X] heeft willen overleggen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing
De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Tangenberg en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2010.?

Fn: 553

donderdag 6 mei 2010

Cambuur kan geldboetes van KNVB niet verhalen op supporters

Cambuur kan geldboetes van KNVB niet verhalen op supporters
Voetbalclub Cambuur-Leeuwarden kan twee boetes die door de KNVB aan haar waren opgelegd in verband met incidenten rond de play-off wedstrijden tegen FC Zwolle in mei 2009 niet verhalen op een drietal supporters. Dat heeft de rechtbank vandaag beslist in een door Cambuur tegen deze supporters gestarte bodemprocedure.
De eerste zaak (LJN: BM0966) betreft een boete voor het gooien van een bierflesje naar de keeper van FC Zwolle, waardoor de wedstrijd tijdelijk werd gestaakt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Cambuur onvoldoende onderbouwd dat de betrokken supporter het bierflesje in kwestie heeft gegooid. Alleen al daarom is hij niet aansprakelijk jegens Cambuur.
De tweede zaak (LJN: BM0963) betreft een boete wegens collectieve misdragingen van supporters na afloop van de wedstrijd. De betrokken twee supporters hadden een bierblikje gegooid tegen een voorbijrijdende auto respectievelijk een aansteker naar de spelersbus van FC Zwolle. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende komen vast te staan dat het handelen van deze supporters deel uitmaakte van de collectieve misdragingen waarvoor de boete is opgelegd. Zij zijn dan ook niet aansprakelijk jegens Cambuur. Zie www.rechtspraak.nl.