donderdag 6 mei 2010

Cambuur kan geldboetes van KNVB niet verhalen op supporters

Cambuur kan geldboetes van KNVB niet verhalen op supporters
Voetbalclub Cambuur-Leeuwarden kan twee boetes die door de KNVB aan haar waren opgelegd in verband met incidenten rond de play-off wedstrijden tegen FC Zwolle in mei 2009 niet verhalen op een drietal supporters. Dat heeft de rechtbank vandaag beslist in een door Cambuur tegen deze supporters gestarte bodemprocedure.
De eerste zaak (LJN: BM0966) betreft een boete voor het gooien van een bierflesje naar de keeper van FC Zwolle, waardoor de wedstrijd tijdelijk werd gestaakt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Cambuur onvoldoende onderbouwd dat de betrokken supporter het bierflesje in kwestie heeft gegooid. Alleen al daarom is hij niet aansprakelijk jegens Cambuur.
De tweede zaak (LJN: BM0963) betreft een boete wegens collectieve misdragingen van supporters na afloop van de wedstrijd. De betrokken twee supporters hadden een bierblikje gegooid tegen een voorbijrijdende auto respectievelijk een aansteker naar de spelersbus van FC Zwolle. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende komen vast te staan dat het handelen van deze supporters deel uitmaakte van de collectieve misdragingen waarvoor de boete is opgelegd. Zij zijn dan ook niet aansprakelijk jegens Cambuur. Zie www.rechtspraak.nl.

dinsdag 4 mei 2010

Strafzaak stadionverbod

LJN: BL8924, Rechtbank Maastricht , 03/530218-09



Datum uitspraak: 25-03-2010

Rechtsgebied: Straf
Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie: Promis vonnis - Stadionverbod. Wederrechtelijk binnendringen. Stadionverbod geldt niet ten aanzien van het supportershome nu dat voor, tijdens en kort na de wedstrijd in gebruik is bij de supportersvereniging. Omdat deze vereniging geen partij was bij het stadionverbod en verdachte niet heeft gemaand het supportershome te verlaten, is er geen sprake van wederrechtelijk binnendringen.







Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector strafrecht



vonnis van de politierechter d.d. 25 maart 2010

in de strafzaak tegen

[verdachte],




1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 maart 2010, waarbij de officier van justitie, de verdediging en de verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een stadion is binnengegaan, terwijl hem dat verboden was.

3 De beoordeling van het bewijs
3.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen, omdat verdachte in strijd met het aan hem opgelegde stadionverbod het supportershome in het stadion binnen is gegaan.
In reactie op dat wat de verdediging heeft aangevoerd, heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat het stadionverbod is uitgevaardigd door de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (hierna: KNVB), de organisatie die de wedstrijden organiseert, en dat dit verbod ook ziet op het supportershome. Dit supportershome is namelijk een ruimte in het stadion. Verdachte mocht er niet op vertrouwen dat het verbod niet gold in geval van toestemming van een barmedewerker van dit supportershome om hier binnen te komen. Verdachte had contact moeten opnemen met de KNVB om te vragen of hij wel in het supportershome mocht komen. Zolang het verbod geldig is, is toegang wederrechtelijk.

3.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak van verdachte, omdat er geen sprake is van wederrechtelijk binnendringen.
De raadsman heeft aangevoerd dat op basis van huisrecht iemand de toegang kan worden ontzegd een ruimte te betreden, maar alleen als degene die de toegang ontzegt eigenaar, huurder of gebruiker is. De raadsman verwijst daarbij naar het civiele recht. [Een supportersvereniging] is de gebruiker van het supportershome en heeft verdachte toegelaten in het supportershome. Er is dus geen sprake van wederrechtelijk binnendringen.
3.3 Het oordeel van de politierechter
De KNVB heeft verdachte een stadionverbod opgelegd, omdat hij zich op 27 augustus 2007 schuldig zou hebben gemaakt aan mishandeling en/of het schaden van het aanzien en de belangen van het voetbal ter gelegenheid van de voetbalwedstrijd Fortuna Sittard-Helmond Sport. Een dergelijk verbod legt de KNVB namens de aangesloten betaaldvoetbalorganisaties op basis van de standaardvoorwaarden van de KNVB op.
Dit stadionverbod houdt onder meer in dat verdachte van 22 november 2007 tot en met 22 mei 2009 niet mag vertoeven in of rond een stadion, dan wel in of rond bijbehorende gebouwen en terreinen, daaronder begrepen de toegangen en toegangswegen, waar een voetbalwedstrijd of voetbalevenement zal plaatsvinden, plaatsvindt of zojuist heeft plaatsgevonden.

Op 30 januari 2009 omstreeks 22.15 uur bevonden verbalisanten [K.]en [M.] zich op de [M.straat] te Sittard. Zij hebben na de wedstrijd tussen Fortuna Sittard en Exelsior Rotterdam post gevat ter hoogte van het supporterscafé van Fortuna Sittard en gezien dat verdachte uit het supporterscafé kwam gelopen. Ambtshalve was hen bekend dat verdachte een stadionverbod had.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij op genoemde datum inderdaad aanwezig was in het supportershome en dat hij op dat moment nog een stadionverbod had.

De vraag die de politierechter moet beantwoorden is of verdachte door het supportershome binnen te gaan het stadion wederrechtelijk is binnengetreden.

De feitelijke situatie met betrekking tot het supportershome is als volgt. Congrescentrum Fortunato stelde destijds het supportershome om niet ter beschikking aan de betaaldvoetbal¬organisatie (hierna: BVO) Fortuna Sittard. De BVO Fortuna Sittard heeft op haar beurt de ruimte ter beschikking gesteld aan [een supportersvereniging]. De enige voorwaarde voor dit gebruik was dat de supportersvereniging de drank zou afnemen van Fortunato.
Het stadionverbod is door de KNVB en de aangesloten betaaldvoetbalorganisaties opgelegd aan verdachte. De supportersvereniging, in casu gebruiker van het supportershome, was hierbij geen partij. Het verbod bindt daarom naar het oordeel van de politierechter de supportersvereniging niet en geldt ook niet ten aanzien van het supportershome, nu dat kort voor, tijdens en kort na de wedstrijd in gebruik is bij de supportersvereniging.
Uit het dossier blijkt ook niet dat verdachte op de in de tenlastelegging genoemde datum door de supportersvereniging is gemaand het supportershome te verlaten.
Gelet op het bovenstaande, is er geen sprake van wederrechtelijk binnendringen door verdachte. De politierechter acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd en zal hem dan ook vrijspreken.
4 De beslissing
De politierechter:

- spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.A.E. van Binnebeke in tegenwoordigheid van
mr. G.M. Drenth, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 25 maart 2009.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 30 januari 2009, in de gemeente Sittard-Geleen, in elk geval in het arrondissement Maastricht, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten erf, althans een besloten lokaal, te weten het (Wagner en Partners) stadion, gelegen aan de [M.straat] en in gebruik bij de Betaald Voetbalorganisatie Fortuna Sittard, althans bij een ander of anderen dan bij verdachte.

Bevoegdheidsincident sportbond

LJN: BL6279, Rechtbank Utrecht , 277680 / HA ZA 09-2651 Print uitspraak



Datum uitspraak: 03-03-2010

Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie: Bevoegdheidsincident. Gedaagde sportbond beroept zich op reglementaire bepaling dat alle geschillen, die niet in andere artikelen van het reglement worden genoemd, aan het congres van de bond dienen te worden voorgelegd. De bond stelt dat de rechtbank onbevoegd is omdat de betrokken sporter zijn vordering tot schadevergoeding eerst aan het congres van de bond had dienen voor te leggen. De rechtbank wijst de incidentele vordering af en acht zich bevoegd kennis te nemen van het geschil.







Uitspraak

vonnis

RECHTBANK UTRECHT

Sector handels- en familierecht

zaaknummer / rolnummer: 277680 / HA ZA 09-2651

Vonnis in incident van 3 maart 2010

in de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat: mr. R.A. Tamourt,

tegen

de vereniging
KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE WIELREN UNIE (KNWU),
gevestigd te Woerden,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. J.M. van Noort.


Partijen zullen hierna [eiser] en de KNWU genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring
- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. [eiser] is een professionele baanwielrenner en is lid van de KNWU. In de hoofdzaak vordert [eiser] schadevergoeding van de KNWU omdat de KNWU volgens hem onrechtmatig gehandeld heeft door na te laten hem tijdig te informeren omtrent nieuwe normeringen voor het toekennen van een A-status. De schade die [eiser] stelt te lijden bestaat uit, onder meer, gemist stipendium en een gemiste onkostenvergoeding.

2.2. De KNWU vordert in haar incidentele vordering dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. [eiser] voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

2.3. De KNWU stelt zich in het incident op het standpunt dat de rechtbank zich onbevoegd dient te verklaren op grond van het bepaalde in artikel B9.3 van het Algemeen Reglement van de KNWU. De rechtbank begrijpt dat de KNWU stelt dat [eiser] zijn geschil had dienen voor te leggen aan het Congres van de KNWU. De KNWU stelt hiertoe dat [eiser], als licentiehouder en lid van de KNWU, gebonden is aan het Algemeen Reglement. In artikel B9.3 staat:

“In alle geschillen, voorzover niet in voorgaande leden of elders in dit reglement geregeld, beslist het Congres.”

2.4. De rechtbank neemt gebondenheid van [eiser] aan de reglementen van de KNWU als uitgangspunt voor het hiernavolgende, nu de KNWU dit onweersproken heeft gesteld.

2.5. De vordering van [eiser] is een vordering tot schadevergoeding gegrond op de stelling dat de KNWU onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld heeft. De formulering van artikel B9.3 is zodanig ruim dat onderhavig geschil in beginsel ook onder de reikwijdte van het artikel zou kunnen worden gebracht. Uit de formulering blijkt echter niet of het Congres ook bevoegd is vorderingen tot schadevergoeding te beoordelen en eventueel toe te kennen. De rechtbank is van oordeel dat, indien het de bedoeling was ook vorderingen tot schadevergoeding aan de beoordeling van de burgerlijke rechter te onttrekken en dus onder de reikwijdte van artikel B9.3 te brengen, deze bedoeling tot uitdrukking had moeten komen in de formulering.

2.6. Op grond van voorgaande overwegingen is de rechtbank van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen.

2.7. De KNWU zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.
3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. wijst het gevorderde af,

3.2. veroordeelt de KNWU in de kosten van het incident, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 452,00,

in de hoofdzaak

3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 17 maart 2010 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een comparitie.

Dit vonnis is gewezen door mr J.M. Eelkema en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2010.?